
Wie graag in boekwinkels snuffelt, kent vast ook het gevoel van die ene titel, die echt op jou staat te wachten en je speciale aandacht trekt.
Mij gebeurt dat heel vaak en ik kan me veel van die momenten nog helder voor de geest halen.
In 1983 bijvoorbeeld, met ‘Games mother never thaught you’ van Betty Lehan Harragan.
Betty Lehan Harragan was (zij overleed in 1998) een van de Amerikaanse pleitbezorgsters voor gelijke rechten van vrouwen op het werk.
De ‘games’ uit de titel zijn de politieke corporate spelletjes die elke carrièrevrouw moet herkennen en kunnen spelen om hogerop te komen. En, raar maar waar, die spelletjes leren de meeste vrouwen nu nog steeds niet van hun moeder.
Helaas zijn de ‘Games’ alleen nog tweedehands verkrijgbaar, maar gelukkig is er nu een nieuwe Nederlandse variant: ‘Stratego ® voor Vrouwen’ geschreven door Monic Bührs en Elisa de Groot van In Touch women resource management. ‘Stratego’ gaat ook over de geschreven en ongeschreven regels in het bedrijfsleven. Regels die mannen beter toe weten te passen dan vrouwen.
Kijk maar naar de cijfers: hoe dichter bij de top, hoe minder vrouwelijke toppers. Profit of not-for-profit, het verschil is evident.
‘Stratego’ legt andere accenten dan ‘Games’.
Zo maken de auteurs gebruik van Jean Shinoda Bolen’s werk over ‘Godinnen in elke vrouw’ en ‘Goden in elke man’ om nuances aan te geven in het gedrag van verschillende mannen en vrouwen.
De overzichten van do’s en don’ts voor godinnen onderling en voor goden en godinnen zijn ook plezierig leesvoer:
“Vraag een Hestia om advies. Bewonder Persephone’s naïviteit. Geef Artemis tijd om na te denken. Vermoei een Zeus nooit met details. Verwacht van Apollo geen dankjewel en benut Hephaistos vakkundigheid.”
‘Stratego’ eindigt met een samenvatting van alle regels.
Op nummer 1 staat: ‘Maak je resultaten zichtbaar.’
Wat de schrijfsters daar mee bedoelen?
Ik geef een voorbeeld uit mijn eigen carrière. Een van mijn motto’s is: “Ere wie ere toekomt.” Daarom sprak ik altijd in termen van ‘Wij hebben…’ of ‘Dankzij het harde werk van …’. Het is toch logisch en leuk om je mensen in het zonnetje te zetten? En bovendien ergerde ik me blauw aan de ego’s die behaalde resultaten voor zichzelf claimden.
Dat was eigenlijk erg onverstandig. In vergaderingen, en ook in gesprekken met een baas, is een ander motto beter op z’n plaats: “Mens erger je niet.” Vervolgens ga je vrolijk vertellen dat het jou is gelukt…….vul de resultaten maar in.
Praten over ‘ik’ in plaats van ‘wij’ voorkomt dat anderen denken ‘Oh, wat was dan haar verantwoordelijkheid? Wat heeft zij zèlf gedaan?’ Tsja.
‘Stratego’ bevat nog veel meer bruikbare adviezen. Ik vertelde er onlangs nog een paar aan een vriendin. Ze zijn tegelijkertijd zo herkenbaar dat wij er ontzettend om moesten lachen.
Bührs, M en E. de Groot, Stratego ® voor Vrouwen, Ontwikkel je strategie en speel het spel,
Academic Service, Den Haag, 2007
Meer informatie over In Touch women resource management:
Heerlijk. Even onder de zonnebank geweest. Beetje kleur krijgen en zo'n bak licht doet me in de winter ook goed.
“Ja, en je wordt er ook zo lekker warm van!”, zegt de Turkse vrouw achter de balie.
We raken in gesprek. Zij vertelt, dat ze pas op haar 35ste haar hoofddoek heeft afgedaan.
“Ik voel me echt zó vrij. Had ik veel eerder moeten doen. En ik ben toen gelijk aangenomen.”
“Wat doe je dan nog meer?” “Voedingsassistente. In een verpleeghuis. En ook lekker tutten met al die oude dametjes. Masseren, haren doen, opmaken. Vinden ze hartstikke leuk. D′r is eigenlijk geen tijd voor, maar ik doe het toch! En ik weet zeker dat ik mèt hoofddoek nooit was aangenomen. Ja, en het ergste is, nu wil mijn dochter een hoofddoekje gaan dragen.
Haar vader, we zijn gescheiden hoor, zit haar te pushen. Maar ik zeg tegen haar: dan kun je niet langer strakke spijkerbroeken dragen. En ook niet meer naar de disco of lekker zwemmen. Want dat is allemaal gemengd, en dat is verboden. Je kunt niet alleen een hoofddoekje dragen en je van de rest niks aantrekken. Dan zie je haar twijfelen, maar veel vriendinnetjes dragen gewoon een hoofddoekje en zien er verder heel sexy uit. En ze wil er graag bijhoren. Dat snap ik wel…”
Er komen nieuwe klanten binnen. Terwijl ze naar hen toeloopt, roept ze over haar schouder: “Weet je, het is nu drie jaar geleden, maar ik kan nog steeds geen haarband velen. Dan krijg ik het acuut benauwd.” Ja, daar kan ik inkomen. Dat snap ik.
Ik ben een enorme liefhebber van aforismen. Deze is van Epicharmus en komt uit ‘Plato voor managers’: “Wie niet kan spreken, wil zelden zwijgen.”
Als ik dit lees, zie ik gelijk weer hele kuddes vergadertijgers voor me. Stel nu, dat ik al die nutteloze vergaderuren alsnog zou kunnen kapitaliseren… maar nee, daar wil ik het nu niet over hebben.
Ik ben namelijk ook een verwoed verzamelaar van bijzondere uitspraken. Bijzonder is natuurlijk relatief en, oké, ook afhankelijk van het soort humor wat je ligt. Klopt. Een voorbeeld dus.
Freek de Jonge zei ooit over de uitstraling van een andere Bekende Nederlander: “Die is typisch hoofd zoekt lichaam.” Prachtig beeld voor mensen die bijna alleen in hun hoofd leven, die als het ware voortdurend met zichzelf vergaderen. Heel herkenbaar.
Bij sommige mensen is dat eindeloze overleggen met jezelf niet alleen een gevolg van druk, druk, druk, maar ook een kwestie van erfelijkheid. Stel je groeit groot met ouders voor wie hun lijf iets zondigs is. Die overtuiging komt in brede, vooral godsdienstige kringen veel voor. Tien tegen één dat de uitspraak van Freek de Jonge dan ook op jou van toepassing is: je leeft in je hoofd, want je lijf is een noodzakelijk kwaad.
Schijnt voor vrouwen vaker op te gaan dan voor mannen, maar ik kan even niet vinden waar ik dat ooit heb gelezen. Beetje dom natuurlijk, maar tegenwoordig kan ik daar goed mee leven.
Dat doet me trouwens denken aan een andere mooie uitspraak. Ben vergeten wanneer het precies was, maar de situatie heb ik nog helder in beeld: ik moet bij de drogist € 23,40 betalen en geef
€ 43,40 want ik wil wat kleingeld kwijt.
“Is dat handig voor je?” “Ja, graag”, zegt de meid achter de kassa en geeft me € 40 terug. Ik zeg even niks en kijk haar vragend aan. Dan reageert ze met een grote grijns: “Hè, dat is nu al de tweede keer. Ik ben wel erg blond vandaag!”
Met een regenjas in een plastic tas sta ik te wachten tot de klanten voor mij klaar zijn. ‘k Heb dus even alle tijd om de stomerij rond te kijken. Overal hangen A4tjes met de aanbieding van de maand: winterjassen laten reinigen voor maar 9 euro. “Niet vergeten die morgen mee te nemen”, zeg ik in gedachten streng tegen mezelf. Waarom dat nu opeens zo′n strenge toon moet zijn? Kan eindelijk toch wel eens wat minder?
Dan valt mijn oog op een ander papiertje. Ik lees: ‘Om uw privacy te waarborgen helpen wij uw graag als u bent uitgebeld.’ Prachtige tekst. Goed gevonden.
Ik zie opeens alle medewerkers om tafel zitten. Werkoverleg. “Worden jullie ook zo gek van die klanten die maar blijven bellen terwijl je ze helpt? Wat kan het mij nog schelen of ze mot hebben, geen boodschappen kunnen doen, niet voor acht uur thuis zijn of weet ik wat. En dan ook dat onhandige gedoe. Met één hand proberen je portemonnee open te krijgen. Duurt allemaal tien keer zo lang en irriteert me mateloos.”
Alsof je een emmer leeggooit, zoveel instemmend geklater komt er van alle kanten. “Maar wat kunnen we daar dan aan doen? Ik bedoel, je kunt moeilijk zeggen dat er hier niet gebeld mag worden, toch?” “Nee. Da′s waar. Het moet ook niet al te negatief zijn. Weet je wat, ik doe wel een voorstel. Laat mij maar even nadenken.”
Nu hangt er naast de kassa dat papiertje. In een plastic hoesje. Mooi voorbeeld van grenzen stellen. Want positief en met humor geformuleerd.
Als ik er morgen aan denk m′n winterjas te brengen, zal ik eens vragen of het werkt.
Bij de mail zit er eentje van een lieve collega-coach. Ze meldt dat iemand met wie ik pas geleden voor ′t eerst kennis maakte, en die haar al langer kent, me zo′n aardige vrouw vond. Dat wilde ze “even doorschuiven”, als opsteker. Ik schoot in de lach. Aardig? Kom op zeg!
Mijn hele leven heb ik geworsteld met de ‘disease-to-please’. Die term las ik ooit in een interview met Jane Fonda. Goeie samenvatting van die lastige behoefte om altijd maar aardig gevonden te willen worden. Altijd aandacht voor anderen. Nooit uit je slof schieten. Altijd meer doen dan mensen van je verwachten. Ja, tot je jezelf een keer flink voorbij loopt. Dan neem je je voor om “nooit meer aardig te zijn, echt nooooit meer; nu is het afgelopen!”
Pas later realiseer je je dat zo′n voornemen niet werkt. Het is een mooi voorbeeld van een doorgeschoten reactie. Een oud patroon laat zich niet zo makkelijk uitwissen. Bovendien, er is niks mis met het talent om te ‘pleasen’. Je moet er alleen niet ziek van worden.
Als ik er zo over nadenk, is mijn reactie op het ‘aardige’ mailtje toch een beetje raar. Ik bedoel: het is een compliment. Kan ik dat niet gewoon accepteren? Nee, blijkbaar is er meer aan de hand. Ah, hebbes! Ben ik tijdens die ontmoeting soms te pleaserig geweest? Zou zo maar kunnen. Volgende keer beter opletten, dame!